Archief per Maand: december 2016

Ongewenste omgangsvormen trends tot 2016

De Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden (NEA) is een van de grootste periodieke onderzoeken naar de werksituatie van werknemers in Nederland bekeken door de ogen van werknemers. TNO en het CBS voeren de NEA uit in samenwerking met het ministerie van SZW. De doelpopulatie van de NEA zijn werknemers die in Nederland wonen en werken en tussen de 15 en 65 jaar zijn. In de periode tot 2013 deden jaarlijks gemiddeld ruim 23.000 werknemers aan het onderzoek mee. In 2014 namen 38.000  en in 2015 zelfs 46.000 werknemers aan het onderzoek deel. 

In de NEA is een aantal vragen over ongewenste omgangsvormen in de afgelopen 12 maanden gesteld. Daarbij is meegenomen in hoeverre iemand persoonlijk te maken heeft gehad met:

> pesten door leidinggevenden of collega’s
> ongewenste seksuele aandacht door leidinggevenden of collega’s,
> intimidatie door leidinggevenden of collega’s,
> lichamelijk geweld door leidinggevenden of collega’s,
> intern ongewenst gedrag

Antwoordcategorieën betreffen: | ‘Nee nooit’ | ‘Ja, een enkele keer’ | ‘Ja, vaak’ | ‘Ja, zeer vaak’ |
Meer informatie over de NEA vindt u hier.

Figuur: Trends ongewenste omgangsvormen 

ongewenste omgangsvormen, pesten, discriminatie, seksuele intimidatie, vertrouwenspersoon

In 2015:

>  Zet de stijgende trend van pesten op het werk sinds 2013 in 2015 verder door. 
>  Intimidatie door collega's of leiding neemt daarentegen in 2015 weer af. 

 

 

Alle nieuwsberichten

Hoger opleidingsniveau migranten leidt amper tot betere arbeidsmarktpositie

Persbericht

15 december 2016
Onderzoek naar de integratie van migranten op acht terreinen.

Wat zijn de ontwikkelingen in integratie? Het rapport Integratie in zicht? levert een spanningsvol beeld op. Aan de ene kant is sprake van een stijgend opleidingsniveau, verbeterde onderwijsprestaties en een betere beheersing van de Nederlandse taal onder de onderzochte migrantengroepen. Aan de andere kant is er sprake van een blijvend grote (kansen)achterstand op de arbeidsmarkt en een stijgend onbehagen van migranten over hun leven en mogelijkheden in dit land. De verwachting dat met de wisseling van de generaties de integratie versnelt, komt maar ten dele uit. De tweede generatie is de motor achter het gestegen opleidingsniveau en de verbeterde taalbeheersing, maar de kansengelijkheid op de arbeidsmarkt is de afgelopen 15 jaar niet wezenlijk veranderd. Betere hulpbronnen in de vorm van Nederlandse taalbeheersing en hogere opleidingsniveaus zijn kennelijk niet voldoende.

Dit zijn belangrijke conclusies uit de publicatie Integratie in zicht?. Het rapport geeft een beeld van de positie en ontwikkeling van niet-westerse migranten op acht verschillende integratieterreinen: taal, onderwijs, werk, wonen en wijken, beeldvorming, criminaliteit, participatie en de sociaal-culturele positie. De studie gaat vooral over de grootste vier niet-westerse migrantengroepen: Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders en over de groep ‘overig niet-westers’. Het onderzoek richt zich op het beschrijven en verklaren van verschillen tussen groepen. Er wordt ook ingezoomd op de tweede generatie: personen die in Nederland zijn geboren, maar waarvan (tenminste één van) de ouders niet in Nederland is geboren.

Alle nieuwsberichten

Zie ook onze cursus: De witte vertrouwenspersoon