|
Werkgevers zijn op
grond van de Arbowet (artikel 3 lid 2) verplicht om een beleid te voeren gericht
op het voorkomen (en als dit niet mogelijk is beperken) van psychosociale
arbeidsbelasting. Hieronder verstaat de Arbowet de volgende ongewenste
omgangsvormen:
§
discriminatie
(direct of indirect onderscheid) met inbegrip van
§
seksuele
intimidatie,
§
agressie
en geweld, en
§
pesten.
De OR heeft
instemmingsrecht bij het beleid ongewenste omgangsvormen, de
klachtenregeling (en veranderingen daarin). Het Arbobesluit (artikel 2.15)
bevat voorschriften op het terrein van psychosociale arbeidsbelasting en
daarmee op het terrein van ongewenste omgangsvormen. Als werknemers
met ongewenste omgangsvormen kunnen worden geconfronteerd:
§
moet het onderwerp
ongewenste omgangsvormen opgenomen en beoordeeld worden in de Risico
Inventarisatie & Evaluatie;
§
moeten in het plan van
aanpak maatregelen (met inachtneming van de huidige stand van de
wetenschap) beschreven worden om ongewenste omgangsvormen te voorkomen
of te beperken.
§
moeten werknemers die
arbeid verrichten waarbij gevaar bestaat voor blootstelling aan ongewenste
omgangsvormen, voorlichting en onderricht ontvangen over de risico's
en de maatregelen die de organisatie heeft getroffen om ongewenste
omgangsvormen te voorkomen of te beperken.
Wat wordt eigenlijk verstaan onder
maatregelen volgens de huidige stand van de wetenschap? Hubert Consult ondersteunt
u graag met haar expertise. Wij ondersteunen u bij:
§
het
opstellen van preventief beleid, gedragscodes en klachtenregeling;
§
het trainen van
leidinggevenden in het uitdragen en handhaven van het preventieve beleid;
§
het
selecteren en opleiden van vertrouwenspersonen,
bemiddelaars en leden van de klachtencommissie.
|